| Inleiding
|
| Of het nu zo bedoeld is of niet, alle producten en visuele communicatie zeggen iets aan de waarnemer door hun vorm, kleur, layout, textuur, enz. via taalstructuren die te maken hebben met betekenis, semantiek genoemd. De genetische semantiek verklaart de betekenis van tekens vanuit de genetische code. Waarnemingen worden onbewust gecodeerd en gedecodeerd, geklasseerd volgens structuren eigen aan het zenuwstelsel en de hersenen. We voelen dit aan wanneer we tekensystemen vergelijken, en we bijvoorbeeld een kleur, een klank en een vorm 'scherp' noemen. |
| Wat is genetische semantiek? Semantiek veronderstelt:
Volgens de genetische semantiek berust de verwerking van zintuiglijke prikkels en berust elke geestelijke functie van hersenen en zenuwstelsels op genetische codering. Alle bekende levensvormen zijn door evolutie voortgekomen uit het D.N.A. d.w.z. uit de genetische code. Niet alleen de fysiologische levensvormen maar ook het 'geestelijk leven' is door evolutie voortgekomen uit de oudste tekens: 64 genetische 'woorden' gevormd uit 4 chemische 'letters': T (thymine), C (cytosine), A (adenine) en G (guanine). De hersenen verwerken zowel zintuiglijke, emotionele als intellectuele prikkels via deze code. |
| Korte geschiedenis van de semantiek Rond 1920 houden drie "begripskritische stromingen" zich bezig met de relatie tussen teken en betekenis.
Volgens de semantici is taal niet slechts een kwestie van verwijzen, conventionele naamgeving, waarnemingen, tradities en geheugen. Die vormen de oppervlakte van de betekenisgeving en verklaren het relatieve: de verschillen tussen de talen en de veranderingen in de tijd. Betekenisgeving veronderstelt daarnaast een menselijk vermogen dat zich in de hersenen situeert, aangeboren middelen die de universele kenmerken van de taal verklaren. Vertalen kan slechts omdat alle talen 'compatibel' zijn d.w.z. achter alle culturele verschillen schuilen steeds universele normen. Aanvankelijk wijst de officiële taalwetenschap de mogelijkheid van aangeboren kennis resoluut af. De bekendste tegenwerpingen komen van de Amerikaanse linguïst Bloomfield (1933) wiens behavioristische opvattingen 25 jaar lang het onderwijs in de V.S. hebben gedomineerd. Wiskundigen, die de beperkingen van de deductieve methode hadden ervaren in de logische paradoxen en het theorema van Gödel, zochten en vonden in de semantiek een uitweg voor de moeilijkheden, bijvoorbeeld. de Poolse School met Alfred Tarski en Lukasiewicz. Toen de tweede wereldoorlog uitbrak had de relativistische school opgehouden te bestaan. De 'significa' was zelfs uit Nederland verdwenen. De wiskundige en historicus prof. Evert Beth werd in het Nederlandse taalgebied de eerste verdediger van de semantiek. De bekende neo-positivist Rudolf Carnap wijzigde zijn mening onder invloed van Tarski's argumenten en hielp de semantiek in de V.S. verspreiden. De neo-positivisten gingen daarop een nieuwe versie van de axiomatische methode verdedigen. In 1957 verscheen het eerste werk van Noam Chomsky. Chomsky stelt dat het taalvermogen een "generatieve grammatica" moet omvatten d.w.z. aangeboren en dus universele regels die toelaten grammaticale zinnen voort te brengen. De methode kan, en dat is het relatieve aspect, in elke taal op een specifieke manier worden toegepast. Chomsky stelt dat de taal erfelijk is en dat we moeten zoeken naar de genetische code achter de taal en ook dat er - op een dieper niveau - een verband tussen klanken en betekenissen moet bestaan. De meeste standpunten van Chomsky worden tegenwoordig door taalkundigen algemeen aanvaard. Steven Pinker's "The Language Instinct" (Penguin '94) bevat een indrukwekkend aantal studies en argumenten ten voordele van de "generatieve grammatica". Zijn cognitief-psychologisch uitgangspunt tracht het nieuwe standpunt van erfelijke kennis te verzoenen met de behavioristische traditie die de V.S. universiteiten domineert. De cognitieve psychologie van Pinker bestudeert de talen als producten van de hersenen (software) en de hersenen als een biologische computer. Pinker geeft argumenten van kinderpsychologen, biologen, neuro-fysiologen, computerdeskundigen, linguïsten e.a. waaruit het bestaan van een denktaal niet enkel mogelijk blijkt maar noodzakelijk. |
| Onderzoeken Lopende onderzoeken
Onderzoeken algemeen In '81 werd een eerste reeks bewijzen voor de genetische semantiek gepubliceerd. In "De Denk-beeldige Ruimte" worden door 17 proeven 9 begrippenparen vergeleken. Eenvoudige testen worden uitgevoerd o.a. met een verzameling oude munten of postzegels. Daaruit blijkt telkens opnieuw een samenhang tussen kenmerken die tot dezelfde semantische hoofdcategorie behoren d.w.z. ze zijn yin (0) of ze zijn yang (1).
Voorbeeld: bij 84 munten uit verschillende landen wordt het profiel van de afbeelding vergeleken met de richting van de draaias nodig om de letter op de keerzijde juist te kunnen lezen. De verwachting is dat munten die in één opzicht yin (0) zijn dat gewoonlijk ook zijn voor het andere: naar links zien (0) komt meestal overeen met een verticale (0) as, naar rechts (1) met een horizontale (1). Hier wordt begrippenpaar 2 vergeleken met 9. De 17 verbindingen tussen de 10 begrippenparen (hierboven dubbel geteld!) vormen een netwerk. Elk op zich zijn deze testen, vanwege het beperkt aantal steekproeven, niet significant d.w.z. de tendens die voorspeld werd door de theorie overheerst, maar is nooit sterk genoeg om van een statistisch bewijs te mogen spreken. Tezamen vormen deze 17 testen volgens de 'productregel' van de statistiek nochtans een voldoende bewijs voor het spontaan toepassen van yin-yang verdelingen. "De Denk-beeldige Ruimte" bevat verder een enquête waar 100 personen (ingedeeld volgens sociaal milieu) op 12 vragen antwoorden geven, waarbij ze (onbewust) telkens een voorkeur uitdrukken voor yin of yang. Zoals bij de 17 testen blijkt ook hier dat de ondervraagde die met één antwoord kiest voor yin gewoonlijk ook yin kiest bij andere vragen. Lijst van onderzoeken
|
||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
| Experimenten |
||||||||||||||
64 gelaatsexpressies "... all the chief expressions exhibited by man are the same throughout the world. ... we may infer with much probability, that such expressions are true ones- that is, are innate or instinctive." Charles Darwin De parameters van de gelaatsexpressie werden verzameld op basis van onderzoeken van Charles Darwin, F.I. Parke & K. Waters, I. Fônagy & C. Magdics. Zes basisexpressies met name vreugde, angst, woede, somberheid, walging en verrassing werden hier volledig beschreven en konden vergeleken worden met de resultaten van het Semantisch Woordenboek van F. Alpaerts. Zo werden zes semantische gelaatsmerkers geselecteerd en gecodeerd. Tafel met zes semantische gelaatsmerkers
| ||||||||||||||
|
Door deze zes polaire merkers te combineren worden 64 gelaatsexpressies gevormd. | ||||||||||||||
| ||||||||||||||
| 64 vormen en kleurencombinaties
Een zeefdruk toont het resultaat van het combineren van 12 elementaire vormkenmerken. De poster is een cataloog van vormmogelijkheden, een handig gereedschap om het ontwerpen bij te staan of een prachtig kunstobject. 64 vormen en kleurcombinaties, zeefdruk acht kleuren, 50 x 60 cm De blauwe vorm (boven-links) heeft de code 000 000. Met andere woorden, de vorm is onregelmatig, ruw, sober, verticaal, dik en hoekig. De gele vorm (onder-rechts) met code 111 111 is regelmatig, glad, overladen, horizontaal, dun en rond. De andere vormen zijn alle mogelijke variaties tussen deze twee tegengestelden. Tafel met de 6 polaire vormkenmerken
| ||||||||||||||
| De poster is te koop: Te bezichtigen na afspraak in ons atelier. | ||||||||||||||
Symbotron
| ||||||||||||||



in universele communicatie